Een miljoen doden in Syrië ? Echt ? Echt!

Het was de Franse dokter Raphaël Pitti die op 12 december 2016 in een radio-interview op France Inter erop wees dat de meeste slachtoffercijfers die we horen of lezen, een enorme onderschatting zijn van het echte dodental van het conflict.

Dr. Pitti is een oorlogsarts, die tijdens de burgeroorlog medisch personeel in Syrië heeft getraind, en die als geen ander de medische situatie op de grond in dit door oorlog verscheurde land kent.

Hij legde uit dat ongeveer 500 000 mensen een gewelddadige dood waren gestorven (de zogenaamde “directe doden”), maar dat voor iedere gewelddadig gedode je op zijn minst één persoon moet toevoegen die ten gevolge van oorlogsgerelateerde ziektes of ontberingen overleden is (de zogenaamde “indirecte doden”).

Hij besloot dat een miljoen doden een minimumaantal was.

Dit zou betekenen dat wij aan de poorten van Europa getuige zijn geweest van een conflict van genocidale proporties.

Maar hoe realistisch zijn deze getallen ?

1. De directe doden

Voor het aantal door wapengeweld veroorzaakte “directe doden”zijn de enige cijfers waarover wij beschikken deze van NGO’s en internationale organisaties.

Zo kwam het Syrische Centrum voor Beleidsonderzoek (SCPR – Syrian Centre for Policy Research) begin 2016 op een geschat dodental van 470 000 mensen. Staffan de Mistura, de Speciale gezant voor Syrië van de Verenigde Naties, noemde rond dezelfde periode het cijfer van ongeveer 400 000.

December 2016 naderde het tot dan toe meest brutale oorlogsjaar zijn einde. Het lijkt dus logisch dat Dr Pitti aannam dat er op zijn minst een half miljoen “directe doden” moesten zijn.

Dit hoge dodental wordt bekrachtigd door historische vergelijking.

Tussen 1992 en 1995, gedurende de 3,75 jaar van de burgeroorlog in Bosnië-Herzegovina, werd ongeveer 1% van de burgerbevolking gedood. Het betreft hier één van de best onderzochte burgeroorlogen in de recente geschiedenis.

Vele van de vastgestelde misdaden lijken op diegene waarvan wij in Syrië getuige werden. De artilleriebeschietingen van steden, de belegeringen, de massamoorden op tegenstanders …

Van de andere kant zijn er ook duidelijke verschillen.

De Syrische oorlog duurt nu bijna twee keer zo lang, kent op grote schaal het gebruik van luchtbombardementen en van chemische wapens, een grotere omvang van vernietiging van stedelijke gebieden, een groter aantal mensen die in belegerde gebieden leven,…

Dit alles duidt erop dat de Syrische oorlog een hogere intensiteit kent en dat het percentage burgerlijke slachtoffers hoger kan zijn dan een procent.

Een feit dat wordt ondersteund door een andere bevinding.

In de oorlog in Bosnië lag het aantal gedode niet-burgers bijna dubbel zo hoog als dat van de burgers. In de Syrische oorlog vertellen de beschikbare slachtoffertellingen ons een ander verhaal, de burgerbevolking lijdt het dubbele van de verliezen van de niet-burgers.

Een patroon dat eerder overeenkomt met de Russisch-Tsjetsjeense oorlogen (december 94 – augustus 96 en september 99 – mei 2000) en hun nooit onderzochte of vervolgde misdaden tegen de mensheid.

Binnen het tijdsbestek van 2 jaren en 6 maanden doodde het Russische leger tussen 5 en 10 % van de burgerbevolking. Een omstandigheid die wordt toegeschreven aan de roekeloze luchtbombardementen en artilleriebeschietingen van dichtbevolkte stedelijke gebieden.

Rekening houdende met de duur van het Syrische conflict (6 jaren), en het feit dat er in de Syrische oorlog omvangrijk gebruik gemaakt wordt van luchtbombardementen, heeft het getal van 500 000 gewelddadig gedoden, hetgeen ongeveer 2.5 % van de burgerbevolking voorstelt, dus een hoge graad van waarschijnlijkheid, maar zou zelfs een onderschatting kunnen zijn.

2. De indirecte doden

Epidemiologen, demografen, statistici en mensenrechtenorganisaties hebben de laatste decennia samengewerkt om wetenschappelijke methodes op punt te stellen met het doel de indirecte impact van oorlogen op de bevolking in te schatten.

Niet alleen was dit noodzakelijk vanuit morele overwegingen: vanuit dat oogpunt is het onderscheid tussen een gewelddadige en niet-gewelddadige dood irrelevant. Het enige wat telt is, dat er mensen gestorven zijn die nog zouden geleefd hebben mochten hun gemeenschappen niet verwoest zijn geweest door gewapend geweld.

Maar het was ook nodig om de hulpinspanningen beter te organiseren en te beoordelen of en in welke mate het internationale humanitaire recht geschonden is geweest.

Wanneer een bevolking opzettelijk wordt afgesneden van de toevoer van medicijnen, drinkbaar water, voedsel, verwarming…Wanneer ziekenhuizen en medische infrastructuur opzettelijk worden vernietigd … Dan sterven de mensen die ten gevolg hiervan aan ontberingen en oorlogsgerelateerde ziekten overlijden, weliswaar niet een gewelddadige dood, maar hun overlijden werd wel opzettelijk toegebracht, wat een oorlogsmisdaad vormt.

De studies die zijn gemaakt van recente conflicten tonen aan dat veel meer mensen aan indirecte gevolgen sterven dan door direct geweld. In het algemeen ligt de verhouding tussen 3 en 15 indirecte sterfgevallen voor elke direct gedode.

Tijdens de oorlog in Irak van 2003-2007 lag deze verhouding veel lager : 1,7 indirecte sterfgevallen voor elke directe dood.

De variatie in de verhouding van indirecte tot directe sterfgevallen hangt af van het pre-conflictniveau van de ontwikkeling van het land, de duur van de gevechten, de intensiteit van de strijd, de toegang tot basiszorg en -diensten en humanitaire hulpinspanningen.

Dr Pitti’s schatting van 1 indirecte dode voor elke directe dode zou veeleer een zeer voorzichtige schatting kunnen zijn wanneer we de brutaliteit van de Syrische oorlog, met zijn talrijke belegeringen die honderdduizenden mensen opsloten, de systematische vernietigingen van ziekenhuizen, medische infrastructuur, drinkwaterstations, enz… vergelijken met de oorlog in Irak.

Opmerking: dit deel is grotendeels geschreven op basis van artikelen van http://www.genevadeclaration.org

3. Conclusie

De Syrische oorlog is een mix tussen de Bosnische burgeroorlog en de Russisch-Tsjetsjeense oorlogen. Het grootschalige gebruik van luchtbombardementen en de duur van het conflict (per maart 2017 : 6 jaar, met 2016 als het meest brutale tot nu toe) maken het zeer waarschijnlijk dat het directe burgerlijke dodental veel hoger ligt dan de 1% in 3,75 jaar van de Bosnische burgeroorlog, maar misschien niet zo hoog als de 6 tot 10% in 2,5 jaar van de Russisch-Tsjetsjeense oorlogen. 500 000 directe sterfgevallen , of 2.5 % van de burgerbevolking in 6 jaar, lijkt in het licht van deze cijfers een zeer conservatieve schatting.

De bewering dat we voor elke directe dode een aantal indirecte doden moeten bijtellen, kwam niet uit de hemel vallen. Omvangrijk wetenschappelijk onderzoek van de laatste decennia ondersteunt deze stelling. De vergelijking met de oorlog in Irak (2003-2007) leert ons dat de verhouding van één indirecte dode voor iedere directe dode eerder een onderschatting is.

De vaststelling van Dr. Pitti dat de Syrische oorlog het leven gekost heeft aan minstens een miljoen mensen, is bijgevolg uiterst realistisch.

Opmerking : de originele versie van deze bijdrage vindt u hier.

Advertenties